Durf verder te gaan

het kerkhof van de verloren dromen.

Nevel hangt boven de grond,

Tussen de slierten mist dwalen ze rond.

De zoekers en de dolers,

De volhouders en gelovers.

De gravers naar geluk,

Ze staan daar stuk voor stuk.

 

Niet gelovend dat hun hoop begraven ligt,

Dat vertrouwen is gezwicht.

Voor de drang tot leven,

Tot ontvangen en geven.

Ze zoeken naar de restanten van hun ziel,

De spiegel die ooit uit hun handen viel.

Overtuigd als ze hem kunnen plakken,

Ze hun droom weer vast kunnen pakken.

 

Tranen hangen in de boom,

Van elke verloren droom.

Nevel is de pijn die verdampt,

Losgelaten door een ziel pijnlijk verkrampt.

De zoekers en de dolers,

De overtuigde gelovers.

Pakken niet het nieuwe stuk,

Blijven hangen in het overleden geluk.

 

Geluk dat ooit eens was,

Allang verborgen ligt onder het gras.

Overtuigd dat het terug  gaat komen,

Blijven ze vasthouden aan overleden dromen.

Tranen druppen van de boom,

Op het kerkhof van de verloren droom.

Tranen vallen van een gezicht,

Dat niet op de toekomst is gericht.

J.H.