een druppel uit de lucht

Een blik door het raam,
Ziet de engelentraan.
Die klettert op het glas,
Langzaam op gaat in de plas.

De aarde wordt gevoed,
Maar gaat dat dan wel goed.
Als het engelen tranen zijn,
Dan vullen we de grond met pijn.

Of is het een zegen,
Al deze vallende regen.
Zuivert het onze zonden,
Heelt het de aarde haar wonden.

Hoe moeten we het zien,
Of is het antwoord altijd een misschien.
Hoe kunnen we dit vertalen,
Naar menselijke verhalen.

Wat is recht en wat is krom,
Wat slim en wat dom.
Of hangen we hier ook overal tussenin,
Is er wel een einde en een begin.

Of is alles een eindeloos patroon,
Steeds voortkomend uit dezelfde droom.
Steeds maar zoeken in hetzelfde gevoel,
Naar exact hetzelfde doel?
J.H.